Josceline Bogaers is columniste van FoodPersonality. Zij interviewt managers uit de FMCG over hun visie op leiderschap, hun dromen en hun ergernissen. Dit keer: Tom Snick: Managing director bij Go-Tan.
"Ik kan wel meteen van alles willen veranderen, maar eerst moet ik begrijpen hoe het bedrijf werkt"

Voordat we begonnen vroeg jij je af of je wel de juiste persoon bent voor dit interview. Waarom?
Ik praat graag over mijn loopbaan, en over ‘waar we mee bezig zijn’, maar ik zou het niet te persoonlijk willen maken. Ik had de vragen de middag ervoor van jou gekregen en dacht meteen: dit lijkt wel een ‘job-interview’. Daar heb ik niet echt zin in. Het hoeft wat mij betreft niet over mij te gaan. Ik zit met een behoorlijk vernieuwd team en we zijn echt aan het bouwen. We zitten midden in een enorme transitie en daar gebeurt op dit moment zo veel. Dus vertel ik liever over waar Go-Tan naartoe gaat, dan allerlei zaken over mezelf. Dat vind ik uiteindelijk veel interessanter.
Oké, dan gaan we het over Go-Tan hebben. Je bent nu ruim anderhalf jaar onderweg bij Go-Tan. En wat gebeurt daar?
We zijn de organisatie eigenlijk helemaal opnieuw aan het inrichten. We hebben de structuur vereenvoudigd, we bouwen een nieuw managementteam en we kijken opnieuw naar de manier waarop we de markt benaderen. Foodretail, foodservice en ‘private label’ hebben allemaal hun eigen aanpak nodig. Tegelijkertijd investeren we stevig in het merk Go-Tan. We hebben een nieuwe campagne ontwikkeld, de positionering aangescherpt, verpakkingen vernieuwd en een ‘pipeline’ voor innovaties opgezet. Daarnaast kijken we per land waar de grootste kansen liggen. In sommige landen werken we met distributeurs, in andere pakken we het juist zelf op.
Een belangrijke nieuwe stap is foodservice. Aziatische trends ontstaan vaak eerst in de horeca en pas daarna in de supermarkt. Daar willen we veel sterker op inspelen. Eigenlijk zijn we op alle fronten bezig om Go-Tan klaar te maken voor de volgende groeifase.
Waarom sprak juist deze uitdaging je aan?
Ik werk eigenlijk mijn hele leven al ‘in food’. Wat me meteen aansprak, was het merk. Dat gevoel moet ik hebben. Bij sommige merken denk je meteen: daar wil ik graag voor werken. Dat had ik hier ook.
Daarnaast past deze opdracht precies bij wat ik leuk vind. Bij Barilla en later bij Guylian heb ik organisaties geholpen te veranderen en klaar te maken voor een volgende fase. Hier ligt opnieuw zo’n uitdaging. Het is een gezond bedrijf, dat de afgelopen jaren fantastisch heeft gepresteerd. Juist dat fundament verder uitbouwen en voorbereiden op de toekomst; dat maakt deze rol voor mij zo boeiend.
Go-Tan lijkt trends vaak nét voor te zijn. Waar komt dat volgens jou door?
Eén, we maken ontzettend goede producten. Twee, de broers Go hebben steeds feilloos aangevoeld waar de markt naartoe ging. Van chilisaus naar woksauzen, daarna sriracha en vervolgens srirachamayonaise. Iedere keer waren ze er op tijd bij.
De laatste innovatie, onze ‘crispy chilli oil’, vind ik daar het mooiste voorbeeld van. Dat product was al jaren in ontwikkeling voordat het een enorme TikTok-hit werd. Dat noem ik visionair. De gebroeders Go hadden die keuze al gemaakt voordat de hype ontstond. Daardoor lagen wij al bij supermarkten in het schap toen de vraag explodeerde. Dat typeert Go-Tan: voortdurend blijven vernieuwen; en: zonder de kwaliteit uit het oog te verliezen.
Afgelopen juni meldde het Noorse Orkla Foods dat het een strategisch belang van 40% heeft genomen in Go-Tan. En er is een optie waarbij dat minderheidsbelang van 40% in de toekomst doorgroeit naar 85%. Wat betekent deze stap voor de toekomst van Go-Tan?
De broers Go zouden die vraag moeten beantwoorden, niet ik. Maar ik kan er wél dit over zeggen: het biedt Go-Tan de mogelijkheid om de internationale expansie te versnellen en met alle kennis en ervaring van Orkla Foods verder te investeren, in innovatie, productontwikkeling, productiecapaciteit en verduurzaming.
Waar krijg jij in deze fase zelf de meeste energie van?
Verandermanagement blijft het leukste wat er is. Ik haal energie uit bouwen en uit resultaten boeken. En voortborduren op de sterkte van het merk en de organisatie; productontwikkeling is echt de kracht van de broers en de huidige resultaten varen daar nog steeds op.
Mijn rol is om het fundament neer te zetten waarop we verder kunnen groeien. Ik zie langzaam maar zeker dat alles op zijn plek begint te vallen. Dat geeft enorm veel energie.
Jij komt uit de ‘corporate wereld’. Hoe is het voor jou om ineens in een familiebedrijf te belanden?
Dat vind ik misschien wel het knapste van alles. De familie heeft heel bewust gekozen om iemand van buiten binnen te halen. Dat is niet makkelijk. Er komt ineens iemand binnen die dingen anders bekijkt en uit een corporate omgeving komt. Dat vraagt veel vertrouwen.
Bing (een van de gebroeders Go, red.) heeft dat vanaf de eerste dag omarmd. Natuurlijk voeren we stevige discussies, maar er is veel wederzijds respect. We hebben dagelijks contact en er is een goede chemie. Dat is cruciaal, want uiteindelijk werk je samen aan hetzelfde doel. De broers hebben in dertig jaar iets heel bijzonders opgebouwd. Mijn rol is niet om dat te veranderen, maar om het bedrijf klaar te maken voor de volgende fase.
Veranderen is één, maar twee: hoe krijg je mensen daarin mee?
Stap voor stap. Toen ik binnenkwam, heb ik eerst vooral gekeken en geluisterd. Je komt in een familiebedrijf met een sterke bedrijfscultuur en met mensen die er al jaren werken. Dan kun je niet alles in één keer veranderen.
We hebben eerst gebouwd aan de organisatie en het team. Inmiddels merk je dat de gesprekken steeds minder over de vorm gaan en steeds meer over de inhoud. Dat vind ik het mooiste om te zien. Mensen beginnen elkaar te vinden, er ontstaat vertrouwen en er komt steeds meer plezier. Dan weet je dat een organisatie echt in beweging is.
Je bent niet meteen gaan veranderen, je bent eerst gaan observeren.
Eigenlijk ging dat vanzelf. Je komt binnen in een familiebedrijf met die sterke bedrijfscultuur. Dan kan ik wel meteen van alles willen veranderen, maar eerst moet ik begrijpen hoe het bedrijf werkt.
De eerste maanden heb ik vooral gekeken: wat gebeurt hier, waar staan we en wat heeft deze organisatie nodig? Pas daarna zijn we echt gaan versnellen. We hebben een ambitieus vijfjarenplan gemaakt en vanaf dat moment wist iedereen: als we deze ambitie willen waarmaken, dan horen daar ook veranderingen bij. Inmiddels merk je dat er een team staat. En zoals ik al zei: mensen beginnen elkaar te vinden, er ontstaat vertrouwen en we praten steeds minder over de organisatie en steeds meer over de business. Dat vind ik misschien wel de mooiste ontwikkeling van de afgelopen anderhalf jaar.
Wat mogen collega’s van jou verwachten?
Ik zoek echt authentieke mensen. Dat zijn voor mij de leukste mensen om mee te werken. Daarnaast vind ik het belangrijk om duidelijk te zijn. Als iets goed gaat, zeg ik dat. En als iets niet goed gaat, zeg ik dat ook. Bij Barilla noemden we dat ‘authentieke feedback’. Als er iets bij mij wringt, dan moet de ander dat weten. Anders kan die er niets mee. Ik geloof dat je alleen verder komt als je open bent tegenover elkaar en het gesprek blijft voeren.



