Josceline Bogaers is columniste van FoodPersonality. Zij interviewt managers uit de FMCG over hun visie op leiderschap, hun dromen en hun ergernissen. Dit keer: Said Belhassan, Cpo van Superunie.
"Ik nodig A-merkartikelfabrikanten uit om meer te innoveren."

Er zijn mensen die jullie bestaansrecht in twijfel trekken…
Superunie neemt een belangrijke positie in binnen de markt. Een aantal leden is marktleider in hun regio. Sinds de fusies van Coop/Plus en Nettorama/Boni en het vertrek van Jan Linders zijn we als organisatie alleen maar krachtiger geworden. Als lid van EMD werken we bovendien ook internationaal samen met retailers. Ook Europees gezien zijn we als EMD best groot en hebben we echt wat in de melk te brokkelen. Onze leden zorgen voor diversiteit in het Nederlandse retaillandschap. Ik heb er dus het volste vertrouwen in.
Hoe is de samenwerking met jullie leveranciers?
Goed. Wij scheiden de relatie van de inhoud. Een relatie begint altijd met wederzijds respect. Je moet elkaar alles kunnen zeggen en altijd samen koffie kunnen drinken. Als je het over de inhoud gaat hebben,moet je een goed verhaal hebben. Als inkooporganisatie hebben wij veel expertise; wij weten precies hoe een bedrijf acteert en wat de markt doet. Wij zijn veel meer factbased gaan werken en hebben daarvoor ook in data-automatisering geïnvesteerd, dus dan moet je niet meer met een slecht verhaal aankomen. Wij richten ons op de lange termijn en praten graag open en transparant over hoe de business kan groeien.
Hoe ver gaat die openheid?
Dat verschilt. Voor A-merkartikelfabrikanten is dat anders dan voor private label of vers. In vers zijn er strategische partnerships waarin alle partners in de keten betrokken zijn. Onlangs zijn we bijvoorbeeld met onze leverancier naar druiventelers in Egypte geweest. Daar hebben we onze strategie gedeeld en besproken hoe iedereen daaraan kan bijdragen. Ook de veredelaars waren daarbij betrokken. Dus die samenwerking gaat heel ver.
Er zijn heftige onderhandelingen geweest. Zijn alle boycots nu opgeheven?
Vanuit inkoop kijken we altijd naar de onderbouwing van de leverancier als het om een prijsverandering gaat. Het gaat om de feiten die op tafel liggen en het nakomen van afspraken. Soms kan dit leiden tot intensievere onderhandelingen als de onderbouwing niet klopt. Ons doel is altijd een vol schap voor de consument en de beste prijs in relatie tot kwaliteit.
Vind jij dat producenten genoeg innoveren?
Ik nodig A-merkartikelfabrikanten uit om meer te innoveren. Ik zit al ruim 28 jaar in de retail en in het verleden innoveerden deze fabrikanten volop. Wat zij momenteel laten liggen, pakken wij op, met innovatie in private label. Zo hebben wij naast onze eigen basismerken als G’woon en Sense onlangs vier eigen premiummerken geïntroduceerd, Primoro-pasta, Café Nova-koffie, Sou Sou-ijs en Epixs-chips. Producten van goede kwaliteit met een schappelijke prijs. Wij zien een verschuiving van A-merk naar meer private label en een van de redenen – naast prijs – is ook innovatie. A-merkartikelfabrikanten moeten zich achter de oren krabben en meer inzetten op innovatie.
Jullie staan al jaren bekend als een geduchte inkoopclub. Klopt dat beeld nog steeds?Wij zijn goede inkopers. Je hebt met professionals te maken als je bij ons komt. We kennen de markt, de producten en de onderbouwingen van de prijzen. Aan de buitenkant lijken we misschien hard, maar wij letten naast de inhoud ook op de relatie. Samengevat: hard als het om de inhoud gaat en zacht als het om de relatie gaat. Als wij naar onze interne organisatie kijken, zijn wij juist een hele hechte club die het beste resultaat wil voor de leden en uiteindelijk ook voor de consument. Iedereen die bij ons komt werken, ervaart de interne sfeer als een warm bad. Wij komen voor elkaar op en helpen elkaar.
Hoe divers is jullie inkoopteam?
De foodretailwereld is traditioneel gezien een mannenwereld, waarin minder vrouwen en mensen met een andere achtergrond werken. Maar: het begint bij benoemen wat je graag wil en mond-tot-mondreclame is hierin ook belangrijk. Wij proberen diversiteit te stimuleren, want teamleden die op verschillende manieren kijken, maken ons sterker.
Van mensen die bij Superunie werken, hoor ik dat ze enthousiast zijn over jouw leiderschapsstijl…
Dat is fijn om te horen. Ik vind verbinding, transparantie en samenwerking belangrijk. Ik ben helder over de strategie, op lange én korte termijn. Bij mij is het: what you see is what you get. De deur staat altijd open en mensen stappen makkelijk mijn kamer in met vragen. Ik nodig hen ook uit om mij feedback te geven. Ik ben ook maar een mens. Ik vind het verder belangrijk om ook informeel contact te houden, dus we hebben het ook over activiteiten in het weekend. Als je het op je werk naar je zin hebt, presteer je beter.
Is er voor jou een persoon die als inspiratiebron fungeert?
Ja. Nelson Mandela. Hij is een echte wereldleider die van een verdeeld land één land heeft gemaakt. Hij heeft gezegd: ‘Wat telt in het leven, is niet het feit dat we hebben geleefd. Het is het verschil dat we hebben gemaakt voor het leven van anderen dat de betekenis bepaalt.’ Ik bewonder hoe hij mensen heeft verbonden.
Is jouw leven in balans?
Dat is natuurlijk subjectief. Ik vind dat mijn leven in balans is. Ik heb een leuke baan, een liefdevol gezin en tijd voor mijn hobby’s. Iedereen is zelf aan zet om te bepalen hoe je die balans in je leven organiseert. Jij maakt de keuzes. Natuurlijk wordt er hard gewerkt en sporadisch is dat ook in de avonden, maar niet structureel.
Wat zijn jouw hobby’s?
Ik houd van fittness en van boksen. Af en toe doe ik ook aan zaalvoetbal met een oude vriendenclub. En ik hou van documentaires over geschiedenis, van de Egyptenaren tot de Romeinen. Op de basisschool wilde ik archeoloog worden. Ik kan urenlang kijken naar programma’s over bouwwerken uit die tijd en nadenken over oude beschavingen en wat we daarvan geleerd hebben.Ik kom ook tot rust daardoor.
Is er iets in je leven wat je achteraf gezien anders had willen doen?
Het hele leven is een leerschool en het verleden is het verleden. Ik ben positief ingesteld en opportunistisch. Je leert overal van. Ik heb nergens spijt van. Ik denk hooguit aan wat ik nog anders kan doen. Van de business met de leveranciers en de leden én van blije consumenten krijg ik veel energie en een kick. Ik weet wat ik wel en niet leuk vind. Ik heb veel verschillende functies gehad: in een holding, in operations, commercie en inkoop. Het leven is te kort om chagrijnig te zijn. Ik heb in 2000 een bijna-doodervaring gehad door een ongeluk en sindsdien doe ik dingen die me energie geven.
Is er iets wat je nog graag zou willen doen?
Ik denk daar niet vaak over na, maar het lijkt me leuk om een keer te paragliden over een mooi landschap en als een vogel naar de wereld te kijken. Een bedevaart naar Mekka wil ik ook nog eens doen. Met dat soort dingen moet je niet te lang wachten, die moet je gewoon doen.



