Josceline Bogaers is columniste van FoodPersonality. Zij interviewt managers uit de FMCG over hun visie op leiderschap, hun dromen en hun ergernissen. Dit keer: Mark Hanemaaijer: Country director Benelux & Nordics Europastry.
"Omdat ik goed ben in relaties onderhouden, onderschatten mensen soms ook hoe analytisch ik kan zijn."

Jij werkte lang bij ‘corporates’, maar hebt een jaar geleden de sprong naar een familiebedrijf gewaagd. Hoe heb je die overstap ervaren?
Heel positief. Ik heb een fantastische tijd gehad bij Coca-Cola en bij Unilever. De laatste twee jaar kriebelde het bij mij een beetje. Ik wilde graag meer vrijheid en ondernemerschap, meer klantenfocus en minder interne politiek. Met de eindverantwoordelijkheid voor het foodservicekanaal en een eigen team had ik wel vrijheid, maar ik wilde meer. Toen ik door Europastry gebeld werd, ben ik het gesprek aangegaan. Het bedrijf trok me omdat het internationaal, snelgroeiend, ondernemend en innovatief is en actief in een heel dynamische categorie, de bakkerij in de breedste zin. Bovendien lag er een bijzondere opdracht: het kantoor van ‘Centraal Europa’ was in Oldenzaal gevestigd, ‘Centraal Europa’ omvat bij ons Engeland, Duitsland, Benelux & ‘Nordics’. Het plan was om het naar Hoofddorp te verhuizen. Dus ik mocht een nieuw kantoor starten en een compleet nieuw team samenstellen.
Jij had geen privatelabelervaring. Mis of miste je daardoor bepaalde kennis?
Ik miste nog bakkerijkennis en kennis op het gebied van productielijnen in fabrieken. Daar leer ik veel over bij. Mensen bij een ‘corporate’ denken vaak dat ze heel makkelijk naar een familiebedrijf kunnen overstappen, maar dat valt in de praktijk voor velen best tegen. Je moet echt ondernemend, ‘hands on’ en pragmatisch zijn, en dat past niet altijd bij de ‘corporate’-profielen. Ik denk dat ik niet echt het standaard ‘corporate’-profiel ben. Toen ik overstapte, ben ik door de Spaanse eigenaar wel flink uitgedaagd op mijn ondernemerschap.
Mis je iets van je voormalige ‘corporate’ werkgevers nu je bij een familiebedrijf werkt?
Bij Unilever is overal een afdeling of medewerker voor. Bij Europastry moeten we sommige stafzaken nog verder inrichten vanuit Nederland of Spanje, of gewoon zelf oplossen. Dat komt ook door de enorme groei die het bedrijf heeft doorgemaakt en de verhuizing. In zeven jaar tijd is de omzet meer dan verdubbeld, van € 700 miljoen naar € 1,5 miljard. Bovendien is het team dat de business aanstuurt, compacter dan bij een corporate, met kortere lijnen. Verder zijn er minder trainingen en klankborden, dus je moet nu zelf zorgen dat je alle ontwikkelingen goed bijhoudt. Maar daar staan veel positieve dingen tegenover.
Wat is er allemaal veranderd sinds die verhuizing?
Het eerste half jaar hebben we een nieuw team samengesteld, een nieuwe ‘way of working’ met ons hoofdkantoor in Spanje opgezet en we zijn de banden met de klant gaan aanhalen. We hebben veel ‘zendelingenwerk’ moeten doen. Klanten wisten vaak niet precies welk portfolio we hebben en welke producten wij allemaal maken. We produceren veel meer dan donuts en croissantjes. We hebben veel proefsessies met klanten gedaan, in Oldenzaal, Hoofddorp en Barcelona. We zijn een groot, internationaal bedrijf met 28 fabrieken over de hele wereld en een zeer rijk en breed portfolio. Nu beginnen onze klanten te vragen of wij ook specifieke producten voor ze kunnen maken. Wij kunnen heel snel schakelen en binnen twee maanden een nieuw product maken.
Waar lette je op bij het samenstellen van een nieuw team?
Ik zocht naar ‘hands on’-, pragmatische en positieve mensen. Door de verhuizing was veel kennis en kunde weg, dus we moesten alles opnieuw gaan opzetten. Dan heb je mensen met een ‘can do’-mentaliteit nodig, die ook bereid zijn om deel uit te gaan maken van een hecht team met een sterke onderlinge band, en die ‘binding’ moet ook tot stand komen op kantoor. Natuurlijk is niet alles goed gegaan. We hebben leveringsproblemen gehad en allerlei andere groeistuipen. De coördinatie met Spanje moest ook opnieuw gestroomlijnd worden. Soms is het goed om te reflecteren en terug te kijken en als je ziet wat we dan in een jaar hebben neergezet, maakt dat me wel trots.
Jij kwam binnen als sales & marketing director, ging werken met een nieuwe categorie én werd na een paar maanden country director. Dat zijn twee stappen tegelijk…
Het was ergens best spannend om na twee maanden eindverantwoordelijk te worden voor de Benelux & Nordics, maar het ging ook een beetje vanzelf. Ik was toch al nieuw in de organisatie. Bij Unilever stuurde ik 120 mensen aan met accountmanagement, field sales, channel marketing en data/digital, dus qua complexiteit was het te overzien. Het grootste verschil is misschien dat ik nu dichter op de business zit, dichter op de operatie en dichter op de klant. Nu sta ik aan het roer en heb ik direct contact met het hoofdkantoor in Spanje. Dat vind ik juist leuk.
Waar komt die snelle organisatiegroei vandaan?
Door overnames en door autonome groei, waardoor we in steeds meer categorieën en productgroepen actief zijn. We hebben recentelijk in Nederland nog twee bedrijven overgenomen en ook in andere landen doen we overnames. Een andere belangrijke groeifactor is innovatie. Dat zit in ons dna. De bakkerijcategorie is nu heel populair en trendy, vooral op sociale media als Instagram en TikTok. We pakken deze trends op, ontwikkelen producten en presenteren die aan onze klanten.
Is de samenwerking met de retailer anders dan bij een corporate?
Bij de A-merken zie je steeds meer strijd met de retailers. Bij private label wordt er juist veel samen met de klant ontwikkeld en versterk je met innovaties de positie van de retailer. De verstandhouding is anders. Wij denken met hen mee en ze komen zelf ook met ideeën voor bepaalde producten. Dus: er is meer samenwerking, maar de invloed die je hebt, is iets kleiner.
Wie inspireren jou?
Jordi Gallés, de Spaanse eigenaar van Europastry, is heel inspirerend. Zijn ondernemersdrive en focus op groei is bewonderenswaardig. Strategisch denken in combinatie met belang van details heb ik geleerd van Ignace Corthouts, mijn vroegere manager bij CocaCola. Ook van Fred van Beek bij Unilever heb ik het nodige opgestoken. Daarnaast heb ik bewondering voor hoe mijn middelste broer Peter in het leven staat. Peter heeft een verstandelijke beperking en is een van de gezichten van de Jostiband; hij mag geregeld zijn woordje doen in de media. Hij is zo puur, zonder filters en altijd positief. Hier kunnen zo veel mensen een voorbeeld aan nemen.
Wat is een misvatting over jou?
Dat ik altijd lach en vrolijk ben. Dat komt waarschijnlijk door mijn uitstraling. Maar ik kan ook stevig, direct en duidelijk zijn. Mensen schrikken dan soms, als ik hun ergens op aanspreek, want ik kan soms best opmerkingen over details hebben. Er moet natuurlijk wel geleverd worden. Omdat ik goed ben in relaties onderhouden, onderschatten mensen soms ook hoe analytisch ik kan zijn.
In jouw leven in balans?
Ik heb het altijd druk – zowel op het werk als privé – en dat vind ik wel heel prettig. Ik krijg energie van mensen en heb best wat last van ‘fomo’ (‘fear of missing out, red.), zowel zakelijk als privé wil ik nooit iets missen. Ik dender altijd maar door. Mijn dochter Sanne zegt geregeld: ‘Pap, jij bent altijd gehaast en alweer met het volgende bezig.’ Ik kom mezelf wel eens tegen en dan moet ik even opladen op de racefiets. Dat zijn mijn ontspanmomenten. Voor mijn kinderen maak ik trouwens altijd tijd. Als zij bij mij zijn, zorg ik dat ik op tijd thuis ben en we ondernemen altijd veel met elkaar. In de zomer hebben we twee weken door Thailand gereisd. Dat was fantastisch.



